Gedragswetenschappelijk onderzoek bij Vlaamse lokale politici: Negativiteitsbias, sociale norm en discriminatie.

Deze executive summary beschrijft de resultaten van 3 gepubliceerde experimenten uitgevoerd bij Vlaamse lokale politici. Het doel van deze experimenten is om gedragswetenschappelijke theorieën toe te passen op de Vlaamse lokale politiek. Onder invloed van Nobelprijswinnaars economie, Richard Thaler en Daniel Kahneman, hebben de gedragswetenschappen hun intrede gevonden binnen beleid en bestuur. Het achterliggende idee is dat beleidsmakers en bestuurders bij het nemen van beslissingen onbewust kunnen worden beïnvloed door “bias”, wat de reflectiviteit van besluitvorming aantast. Dit druist in tegen het klassieke economische perspectief van de homo economicus, de rationele mens die – bijna als een machine – perfect rationele beslissingen kan maken. Deze executive summary wilt Vlaamse politici, beleidsmakers, bestuurders en andere stakeholders op de hoogte brengen van deze biases opdat deze naar de toekomst toe beter kunnen worden gestuurd.

Experiment 1: Negativiteitsbias.

Negativiteitsbias betekent dat beleidsmakers en bestuurders typisch meer aandacht hebben voor negatieve informatie dan voor positieve. Immers, negatieve informatie kan hen worden verweten door het bredere publiek wat mogelijk problemen oplevert bij herverkiezing of andere vormen van evaluatie. George et al. (2016) onderzoeken of negativiteitsbias de investerings- en hervormingsbeslissingen van 1.484 Vlaamse gemeenteraadsleden beïnvloedt.

Voornaamste conclusie: Politici die geconfronteerd worden met negatieve prestatie-informatie gaan significant meer investeren in het slecht scorende beleidsdomein. De “lesson learned” is om reflectief om te gaan met negatieve informatie. Is direct meer investeren immers wel rationeel? Beleidsmakers en bestuurders dienen te beseffen dat deze bias inderdaad bestaat en dit ook mee te nemen wanneer ze worden geconfronteerd (of anderen confronteren) met negatieve informatie.

Experiment 2: Sociale norm.

Sociale normen zijn krachtige mechanismen die het gedrag van mensen beïnvloeden. Toegepast op de context van beleid en bestuur kunnen sociale normen gedrag van beleidsmakers en bestuurders sturen. Dit kan zowel op een positieve als negatieve manier gebeuren. George et al. (2018) onderzoeken of het toevoegen van een sociale norm als benchmark aan prestatie-informatie ervoor zorgt dat deze informatie ook meer wordt gebruikt. Ze onderzoeken dit door middel van een experiment bij 1.210 Vlaamse gemeenteraadsleden.

Voornaamste conclusie: Prestatie-informatie wordt meer gebruikt door politici wanneer er een benchmark wordt toegevoegd waar deze informatie wordt vergeleken met een standaard opgelegd door de Vlaamse overheid of een norm aangeraden door de VVSG. De “lesson learned” ligt hier vooral bij de producenten van dashboards (denk aan de gemeentemonitor). Voeg een benchmark toe wanneer prestatie-informatie wordt gecommuniceerd naar politici. Gewoon cijfers verspreiden heeft weinig effect, maak duidelijk via een benchmark hoe de gemeente het doet in vergelijking met bepaalde standaarden of normen.

Experiment 3: Discriminatie.

Ook discriminatie is een vorm van bias. Immers, discriminatie impliceert dat demografische kenmerken (bv. etniciteit en gender) van individuen meer impact hebben op besluitvorming dan functionele kenmerken (bv. opleiding en ervaring). Discriminatie binnen bestuur en beleid is uiteraard onwenselijk aangezien een kernwaarde binnen de overheid net de gelijke behandeling van burgers moet zijn. Baekgaard en George (2018) onderzoeken of de aanwervingsvoorkeuren van Vlaamse lokale politici beïnvloed worden door de leeftijd, gender en etniciteit van kandidaten voor een secretarisfunctie in het lokale bestuur. Ze maken hiervoor gebruik van een experiment bij 1.688 Vlaamse gemeente- en OCMWraadsleden.

Voornaamste conclusie: Het experiment toont aan dat er voornamelijk leeftijdsdiscriminatie plaatsvindt door Vlaamse lokale politici. De aanwervingsvoorkeuren van Vlaamse lokale politici t.o.v. oudere kandidaten zijn significant negatiever dan t.o.v. jongere kandidaten. Ook de politieke voorkeur van de politici speelt een rol – rechtse kandidaten staan negatiever tegenover vrouwen en kandidaten met een Arabische naam waar linkse kandidaten net negatiever staan tegenover mannen en kandidaten met een Vlaamse naam. De “lesson learned” is dat aanwervingsprocedures bij lokale (en Vlaamse) overheden mogelijke discriminatie op voorhand erkennen en procedures inbouwen om deze te vermijden.

Meer weten over dit onderzoek of over toekomstig gedragswetenschappelijk onderzoek in deze context? Contacteer mij gerust via george@essb.eur.nl.

Referenties

Baekgaard, Martin, and Bert George. 2018. “Equal Access to the Top? Representative Bureaucracy and Politicians’ Recruitment Preferences for Top Administrative Staff” Journal of Public Administration Research and Theory 28 (4): 535-550.

George, Bert, Martin Baekgaard, Adelien Decramer, Mieke Audenaert, and Stijn Goeminne. 2018. “Institutional Isomorphism, Negativity Bias and Performance Information Use By Politicians: A Survey Experiment” Public Administration DOI: 10.1111/padm.12390.

George, Bert, Sebastian Desmidt, Poul Aaes Nielsen, and Martin Baekgaard. 2017. “Rational Planning and Politicians’ Preferences for Spending and Reform: Replication and Extension of A Survey Experiment” Public Management Review 19 (9): 1251-1271.


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s